HARO WADEN 2

 

APRIL 2025

Opgevist. Gedateerd [maar misschien ook niet]. Januari 2016:

MY PRAYER 

It is good that people find answers and inner peace in I Ching
It is good that people find answers and inner peace in the Pali-Canon
It is good that people find answers and inner peace in Confucianism
It is good that people find answers and inner peace in the Thora
It is good that people find answers and inner peace in ancient Greek and Roman philosophy
It is good that people find answers and inner peace in Humanism
It is good that people find answers and inner peace in the Koran
It is good that people find answers and inner peace in solitarism
It is good that people find answers and inner peace in the book of Mormon
It is good that people find answers and inner peace in atheïsm
It is good that people find answers and inner peace in the Bible
It is good that people find answers and inner peace in the words of Ghandi or Rabindanath Tagore
It is good that people find answers and inner peace in Bhagawad Gita
It is good that people find answers and inner peace in the Declaration of Human Rights
It is good that people find answers and inner peace in Urantia
It is good that people find answers and inner peace in humanism
It is good that people find answers and inner peace in the speeches of Haile Selassie
It is good that people find answers and inner peace in science
It is good that people find answers and inner peace in the teachings of Augustine
It is good that people find answers and inner peace in the words of the Pope
It is good that people find answers and inner peace in individual spirits or gods
It is good that people find answers and inner peace in eternal doubt
It is good that people find answers and inner peace in daily rituals
It is good that people find answers and inner peace in their belief in Angels
It is good that people find answers and inner peace in Protestant or Calvinistic learning
It is good that people find answers and inner peace in Sikhism
It is good that people find answers and inner peace in Hinduism
It is good that people find answers and inner peace in Orthodox learning
It is good that people find answers and inner peace in Presbyterian learning
It is good that people find answers and inner peace in Voodoo or Mexican death cultures
It is good that people find answers and inner peace in Druidry
It is good that people find answers and inner peace in secularism
It is good that people find answers and inner peace in the idea of regeneration
It is good that people find answers and inner peace
It is good that people find answers and inner peace
It is good that people find peace and keep on searching for peace

We can learn infinitely from all these differences. They make the world a colourful place.
No religion or disbelief is superior to another.
There is no such thing as one truth, one conclusive answer to all questions.
It is our lifelong task to find connection in all these extremely fascinating cultures, to try to understand how another human being constructs ideas and systems to explain its existence, its living and dying. What brings us together (instead of ‘what divides us?’)?
People – to start with women and man (in daily life) – are fundamentally equal.
It is really also possible to find peace in uncertainty. In ‘not knowing’.
In the lack of an answer.
It is not easy but possible.
It makes humble.
I’ve learned to be humble, indeed, and I’m grateful for that finding.

 

Haro Waden – Januari 2016

 

JANUARI 2025

Vijand en vriend
met veel verstand
van zaken
omzwermen eensgezind
zijn hoofd met hun notabel
tumult.

Hun jacht op waterwild.
Overdag vlindernet,
harpoen later op de avond.

Voor iedere gespannen val
loopt hij zich met open ogen warm.
De passionele moord?
Enkel nog in ultieme nood,
zonder gevolg of par hazard.

Omzeggens onmiddellijk
capituleert hij, geeft hij zich aan,
de armen aangeboren hoog.

Schuilen is hem vreemd.
Beleefd graaft hij zich in.
Achter zoutzakken,
in korrelig nat zand of bladerdeeg.

Bij dreigend gevaar
duikt hij diep weg,
tot onder het water
met de grondstroom mee.

Overal licht voor hem, overal
bal waar de meisjes zijn.

Jouw sabelsleper, lief, salueert.
Jouw meest oudgediende gemaal.

Sunlight proper gewassen
tingeltangelt hij ook vanavond
trots achter je aan
met steeds tragere klim
de trap op naar boven.

Slechts één onderduikadres
is hem bekend.

 

Haro Waden

________________________________________________________________

Nu eens uit ons geheugen van lange termijn
dan weer uit losse pols
neuriën we kinderliedjes tegenover elkaar.

In de blikken koekendoos – een koningshuis
van ver nog vóór onze tijd – herschikken we schrander
onze noodvoorraad woorden voor dagelijks gebruik.

Een mens weet nooit
wanneer het kruiswoord een raadsel wordt,
wanneer het in de winkel bij ‘entrecote’ of ‘koekebrood’ schort.

Onze tafel zal zwijgend hoofdgetuige zijn
van wat we in warm licht en opgewekt gekwetter
in onze keuken delen en deelden
met aangewaaide dochter, zoon, makker of ketter.

Nog bijzonder weinig maken we voor het eerst mee.
We eren het kleine, proeven het grote niet weerd.
Avontuurlijk leven we van dag naar nacht naar refrein.

Ons gedicht van jaren samen.

 

Haro Waden

____________________________________________________________________________________________

JANUARI 2023

FAFIFOERNIK

Otorongo was de melkblanke Vlaming Adolf De Winter
uit Wetteren en had zijn voornaam niet mee.
Nooit kon ik Adolf De Winter zijn.
Paardrijden was me vreemd en zeker
in veelkleurig beschilderde blote tors,
moordzuchtig krijsend in een kring
rondom een postkoets waarin broze satijnen
dames van stand verkracht hun scalp voor ogen zagen.

Onze huistelevisie met Amerikaanse lens
brandde deze boosaardige leugen over mijn tipi-volk
op het netvlies van het licht gelovige kind in mij.

Wij, voor wie oud niet wijs kon zijn, minder nog stamhoofd.
Wij, die de vredespijp van hen te leren hadden.
Wij, voorvechters van onze taal die hen hun eigen taal verboden.
Wij, goudzoekende moordenaars onder een vlag van beschaving.
Wij, vederlichte pluimen in hun nobele tooi.

Als enige kleurde en geurde de Alverman naar aarde.
Ik leerde hout maken van onze pijlen.

Haro Waden

_______________________________________________________________________________________________________

NOVEMBER 2022

CECI N’EST PAS

Ons paarse laken is sinds lang jouw minnaar.
Terwijl ik in voorgekookte gedachten met je vrij
vlijt die gewassen knaap zich gekruld naast mij
jij, onder hem, in diepste slaap, genoeglijk klaar

In mijn bestaan van hel en klei kijk je me raar
– aan – ; ook als ik een geruit truitje voor je brei
betast ik wollig mijn ingebeeld viriel gewei
maar maan ik aan tot kramp, gegomd misbaar

Zie mij hier hoog loeiend kunst willen bedrijven
driftig in de weer voor kwatrijnen, lijmen en slijm
met in mijn hoofd hoofdzakelijk zinvolle lijven

Dat jambe niet staat voor been is geen geheim
dit is geen sonnet, het is lager nog dan schrijven
onze liefde stelt het verdomd wel, ook zonder rijm

Haro Waden

_______________________________________________________________________________________________________

JANUARI 2021

In mijn oeverloos lange avonden
overschrijf ik mijn waardepapieren
in het groot.

Zolang ik maar een uitkomst vind,
verlies ik me in getallen.
Die leren me het ware, schone, goede.
Zonder mededogen,
gehalveerd desnoods, gevierendeeld.

Ik, een kind van negenproeven,
eet van alle gerechten op tafel een beetje,
een gemeen veelvoud.

Rechtop, zo sta ik in mijn leven;
uit angst
scheef te groeien
tot een totaal van weten
of loutere vermenigvuldiging.

Nooit eerder heeft iemand
het vullen van de hoop
tot axioma uitgeroepen.

Iemand moet het doen,
een vlijtige middenstander als ik,
een mens
met al te wazige ogen
voor dit ongerijmd leeg staande doel

Haro Waden

______________________________________________________________________________________________________

DECEMBER 2019:

‘[WIJ] TWE’.

EEN VERLOOP VAN JAREN.

Twintig cleengedichtjes.

Uitgave in Eigen Beheer.

________________________________________________________________________________________________________

2018

PANDORA

In de reeks onuitgegeven werken
is Pandora wereldberoemd.
Als geen ander weet ze zich
helemaal niet te kleden.

Aan haar is geen houden aan;
kat en klauw en besproken gedrag.
Ze is haar eigen godsgeschenk,
op goed vallen uit de lucht.

Uit pure miserie – angst, vooral –
schiep God zichzelf
uit niets anders dan zichzelf:
big bang.
Lafweg weer een man;
in overtal.
Aan vrouw zijn
waagt God zich niet;
Hij zou niet durven.

Ondertussen telt Pandora
dag na dag
haar minder zorgen.
En ik,
ik verwaarloos om ter liefst
alles voor haar
om god weet waar
in haar hemel
tot niets te dienen.

HARO WADEN

_____________________________________________________________________________________________________

2017 – 1 JANUARI

Zowel in hun Nieuwsbrief
als in een korte mededeling
heeft het Vlaams Verbond
van Kalligrafen
– ook wel foutief Verbond van
Vlaamse Kalligrafen genoemd –
zich sterk gekant
tegen teksten uit de losse pols.
‘Dat schrijft en schrijft maar’,
betogen ze,
‘oeverloos gebonden’.

Het VVK ziet Mensen in het Algemeen
niet meer in staat
schoon schrijven – schoon
in het algemeen –
naar waarde te schatten.
‘Het moet allemaal vooruitgaan’
betogen ze,
en verder
‘Het stijgend aantal werklozen
in acht genomen, zou de overheid
ook in traditioneel trage sectoren
kunnen investeren.’

‘Maar neen. De kalligrafische
nijverheid heet niet langer
rendabel te zijn. Verloren tijd.’

Onze waarheid is dat de werknemers
van genoemde industrie te precieus
en veeleisend overkomen.
Ze lachen te weinig. Ze zijn
niet van nature
goedgeluimd of positief ingesteld.

De Vlaamse Kalligrafen moeten weten
wat ze willen.

De statuten van hun vereniging zijn
– kan het anders? – welomschreven
maar blijven vaag.
Nergens maken ze duidelijk
waar ze willen uitkomen.

Bovenal lijken ze gericht op
een behoud waarvan niemand
vandaag nog gediend is.
Wat is hun urgentie?
Wat is hun relevantie?

Men kan zich moeilijk van de indruk
ontdoen
dat de kalligrafen oud worden.

Haro Waden

______________________________________________________________________________________________________

1 JANUARI 2007

MOEDERS

Kortgebonden zinnetjes
wentelen door mijn
breekbare kinderkop:
‘alles vandaag’
‘nu of nooit’
‘ik ben’
‘het zal wel zijn
dat ik ben’;

Om ter eerst loop ik
tegen mezelf
in mijn tuin
naar onze boom;

ik val, schuur mijn knie rood
en ween;
‘waar is mama,
nu ze
er moet
zijn?’;

Mama daalt neer,
uit een hemel,
raapt me op en streelt,
mij,
het is zomer;
blauw kleurt het heelal,

Mijn maagd,
mijn moeke mijn,
voor eeuwig,
eeuwig
en altijd;

Hier is niets te sterven,
aan zoiets schoons
begint het doden
nooit.

Haro Waden

______________________________________________________________________________________________________________

KAAKSLAG [1]


Over hoe nabij
afstand kan zijn,
doceerde het schoolhoofd
onder de dorpslinde,
de meetlat
steeds bijdehands
in
zijn omtrek;

Tal van voorbeelden
uit ons dagelijks leven
hield hij ons voor; zo toonde
hij aan
dat de wereld
met behulp van
punctuele kwadraten
eenvoudigweg niet
aan misrekening ten onder
kan geen; hij verklaarde waarom
het opkrullen van een cowboyhoed,
vooraleer op te lossen in het niets,
aan de randen
een aanvang neemt; laagtes leerden
we inschatten
met onze duim
in de strakke wind;

Uit eigen waarneming
verbaasde het hem
dat zachtaardigen
geen geweld
in de mond verdragen
en hoe snel zij
na een kaakslag
herstellen: ‘zonnebloempitten
waaien hen telkens
in tegenovergestelde richting
tegemoet’.
‘Eigenaardig genoeg’, voegde
hij er veelal
aan toe.

Haro Waden

[1] Uit: Fysica en Scheikunde – 2000

________________________________________________________________________________________

[…] [1]

Wat ik schrijf,
lief,
hoe ik schrijf
– jachtig kan men zeggen,
gedreven kan men zeggen –
durf ik niet langer
zoeken noemen
– het hoofd dat het
hart tracht te vangen, bedacht
ooit een fanaat -.

Neen, de zinnen
zijn mijn gedachten
veelal voor.

Begrijp het
als verzwijgen,
ingeslikte schoonheid,
die
uit schroom
geen plaats vond
in de taal van
afspraken en regels, agenda’s,
vakjargon, histories,
en die zich nu
– in stoten –
een ademloze uitweg zoekt;
op witte bladen, servetten,
theenappen,krantenpapier,
overheen
het kruiswoordraadsel.

Haro Waden

[1] Uit: Eekhoorns laten zich niet brandmerken [1982]