WAGENSCHOT

HOE ZAL IK HET ZEGGEN?

Wat is herinnering? Op welke manier wordt die opgebouwd? Hoe hoog is de kans dat men ze verkleurt of vertekent? Waar begint of eindigt geschiedenis en geschiedenisvervalsing?
Hoe verhoudt de herinnering van een beperkte of ruimere omgeving zich tegenover hoe men zichzelf herinnert of bij voorkeur zou herinnerd worden?
‘It’s complicated’ – of erger nog ‘iz complicated’ – zou men vandaag zeggen. Kous af.

Mijnheer Lennon, bij ouderen gekend als muzikant en tekstschrijver in een groepje uit Liverpool, kon in zijn mindere momenten vilein uit zijn hoek komen. In ‘how do you sleep tonight’ richtte hij zijn giftig speeksel op mijnheer sir Mc Cartney [ook al niet zijn echte naam – die artiesten, toch].  ‘The only thing you’ve done was Yesterday and since you’re gone you’re just another day’, zong hij driftig.

Voor de volgers van het groepje uit Liverpool is ‘Yesterday’ inderdaad inhoudelijk en muzikaal niet meteen het meest uitmuntende uit hun platenkast. Het is, zij het minder erg, het ‘Angie’ en de ‘Lola’ van andere leveranciers van publiek vertier. Muzikale zeurliederen van groepen die zoveel beter verdienen [maar hieraan wellicht meest verdiend hebben].
Mijnheer Lennon kent maar al te goed de tonnenmaat reductie die hij Bezig Paultje aandoet door hem te confronteren met dat ene toevallige kunstje dat die eeuwige jongen in zijn latere bestaan zal blijven achtervolgen en dat ook nog eens toepasselijk ‘Yesterday’ heet. De tekst daarvan, in balpen op een blaadje papier, is na te lezen in The British Library. Zo te sterven op het water.

Tegenstrijdige sentimenten over ‘wat geweest is’, ze zijn ondergetekende bij één uitgesproken actie meest vertrouwd. Een actie die hem wel tien jaar [1988 – 1998] benomen heeft en  hem een spie gezond verstand gekost heeft, waarvan men ook fysiek niet bij evidentie recupereert.
‘WAGENSCHOT’ heette het kunstje dat hem op zijn levenspad voor de toevallige niet-keuze stelde: ‘hier is een dwingend belang en misschien ben ik wel in staat om dit samen met een harde kern gemotiveerden optimaal te dienen.’ Meteen indringend ook: ‘wie en wat verlies ik als ik dit opneem?’

Dat ‘Wagenschot’was aanvankelijk bedoeld als bescheiden pluralistisch [eventueel] uitkoop-initiatief voor een leefgroep van twintig jongeren in jongerenbegeleiding.
Op zich mocht dat een bijzondere missie genoemd worden.
De jongeren heetten voor een groot deel van de goegemeente ‘lost’ te zijn.
Wij, hun begeleiders gedurende veel jaren [de teller van Haro Waden stond op acht jaar], geloofden daar niets van. Onze ervaring sprak dat tegen.
Ons op methodische wijze ‘niet loslaten’ bleef helpen. Voor hen en voor hun even gedesoriënteerde gezinnen [of de restanten ervan].
Toen onze man een naam zocht voor hun ‘nieuwe’ voorziening zocht hij dus een synoniem voor ‘beginselvastheid‘.
Zo kwam hij bij ‘Wagenschot’ uit. Het woord bestond zowaar. Hij had het nooit eerder gehoord. Hij viel vaak over maar ook voor woorden.

Het vatte veel samen: onze opvoedkunde, onze pluralistische gezindheid in een verzuild Vlaanderen, het realiseren van onze gezamenlijke doelstellingen, het nakomen van onze verbintenissen en afspraken, onze consequentie, onze omgangsvorm.

Aan een niet te volgen tempo onderging de voorziening waaronder hun leefgroep ressorteerde de ene stroomstoot na de andere. Stakingen van het personeel, bevestiging  van een RSZ-schuld van Bf 60.000.000, gerechtelijke ontbinding, aanstelling van sekwesters-vereffenaars. Gevestigde, financieel sterke, politiek geruggensteunde groepen met een breed netwerk bereidden zich voor op een vlotte overname en een uitbreiding van hun ‘aantal bedden’ [ja, zo telde en telt men – zo benoemde en benoemt men].

Dat was buiten de medewerkers van de dagelijkse praktijk, met al hun expertise, gerekend en hun wil om hun autonomie te bewaren. Om ‘hun’ jongeren ordentelijk verder te kunnen begeleiden was die autonomie – dat zelfbeschikkingsrecht – voor hen onontbeerlijk. Koste wat kost. Zo kwam dat onooglijk kleine ‘Wagenschot’ plots ook voor de overheid in beeld als koepelorganisatie voor de hele plaatselijke werking, zowel een Medisch Pedagogisch Instituut als een School voor Buitengewoon Secundair Onderwijs.
Zo’n 110 onmogelijke jongeren vol mogelijkheden. Zo’n 110 medewerkers met een even moeilijk karakter [maar wel met karakter].

Hoe begin je aan zoiets, met het inzicht dat enkel de muren van de leefgroepen en klassen rechtstaan, de daken lekken, de schimmel tot boven de gebouwen woekert? Een infrastructuur van slaapzalen. Hoe begin je aan zoiets zonder geld of de steun van een kapitaalkrachtig verzuild netwerk? [‘jamaar, zijn jullie nu vrijzinnig, katholiek, rood of blauw?’ – – – ‘wij willen, eh, met alle eigen kracht jongeren begeleiden zonder afhankelijk te zijn van instructies door machten die totaal van onze jongeren vervreemd zijn.’]
Door voor een voorafbepaalde tijd niet meer te twijfelen, de zin van het bestaan opzij te schuiven en als gek te wérken en te rekenen. Beginselvast.

Tien jaar is lang maar vooral ook kort. Met een solide, vastberaden, trouwe kern medewerkers verzet men wel degelijk een berg of twee. Van totaal uitgeleefde en verguisde naar breed gerespecteerde voorziening. Het is iets.
In hiernavolgende bijlagen kunnen de geïnteresseerden daarover iets meer opvangen.

‘Wat een avontuur was dat, zeg. Pionieren.’
‘Ja, toch?’

In de volksmond en bij Bram Vermeulen heet het dan ‘een steen verlegd hebben.’ Iets wat niet meer af te nemen zou zijn. Men heeft er zich met verstand, gemoed, overschot aan energie en ziel – wat dat ook moge zijn – geëngageerd. Ook al wil men dus – als geschreven – niet voor de rest van haar of zijn leven vereenzelvigd worden met dat ene ‘yesterday.’
Er zijn prioriteiten. Na tien slopende jaren wil men geliefden terugvinden die men te vaak ondergeschikt gemaakt heeft aan Wagenschot. Men wil samen met hen een beetje verder leven en, zo mogelijk, een betere herinnering opbouwen dan voordien. De beste pedagogen heten in de gemeenplaats de slechtste opvoeders te zijn van hun eigen kinderen. Een ondraaglijke gedachte.

Bijzonder goed voorbereid, een rijpe vrucht, was Wagenschot vanaf anno 1998 rijp voor genereuze sponsors, publieke meters en peters, prinses en koningin, kunstenaars, gala’s, minister-presidenten, legaten, evenementen op brede schaal, linten en nieuwbouw. Want: geloofwaardig, authentiek.
Eer en glorie voor de werkers die – in fel verbeterde want fel bevochten omstandigheden – vanaf dan de continuïteit mochten verzekeren.

Twintig jaar Wagenschot in 2008 of 2009 was [dan ook] prominent goed gevuld.
De initiatiefnemer bleef thuis, bij zijn geliefden. Het vierende comité had beslist dat men voor aanwezigheid moest betalen [het comité zelf zou het goede voorbeeld geven]. Dat weigerde hij. Hij had meer dan voldoende gegeven, vond hij.
Naderhand volgde, na toetsing, de boodschap dat het idee VIP’s niet bij hen opgekomen was. VIP’s, stel je voor. Wat een komisch woord ook. Samenkomsten van die selecte bevolkingsgroep bevinden zich voor hem in een ander universum dan dat waarin hij zijn welbevinden ervaart.
Hoewel hij iedere hiërarchie tot het absolute minimum had weten te beperken, had hij binnen Wagenschot vrij snel na zijn afscheid [meerdere] ‘directeurs’, een afgevaardigd-beheerder en een schare academische tussencoördinatoren en staffuncties in overtal moeten zien geboren worden. Waaronder een vast deel die ondertussen gemachtigd waren te oordelen over of te adviseren aan opvoeders en leerkrachten, zonder zelf ooit een ernstig gekwetste – en bijgevolg vaak agressieve – jongere in de ogen gekeken te hebben. Vlucht in het hogere belang van de eigen taak of het eigenbelang [eigen veiligheid]. Het zinde hem niet. Lastige man.

Dertig jaar Wagenschot [2018 of 2019, maakt het uit?]. Omdat niemand erover begon, heeft de initiatiefnemer de drie decennia bij de huidige voorzitter in herinnering gebracht.
Ook een beleefdheidsantwoord is uitgebleven.
De ‘feestelijkheid’ kreeg een benepen plekje toebedeeld in de marge van een in volle glorie herstelde ‘Open Deur’ [de initiatiefnemer had dit kleurloze, tot op de draad versleten fenomeen afgeschaft en vervangen door een kindertheaterparkdag].  Uitnodigingen werden om ter breedst verspreid. Een alfabetisch adressenbestand van jaren. Ook hij werd tussen duizenden hartelijk standaard uitgenodigd. Het adresetiket was een beetje scheef op de omslag gekleefd.

Het sterke gerucht doet de ronde dat Wagenschot straks een andere naam krijgt, die vooral geen uitstaans meer heeft met die aandoenlijke beginselvastheid van toen.
”t Klaroentje’?

Deze mens mag dan resoluut aan ‘one trick pony’ willen blijven ontsnappen, hem helemaal uit de geschiedenis van dit huis schrappen en bewust iedere verdienste minimaliseren of negeren, is humaan in tegenspraak met de uitgangspunten van attentie die hij in bezwaarde tijden voor de voorziening uitgetekend heeft.
‘Since you were gone, you’re just another day.’
Uiteraard. Zo zou het leven zijn. Ander en beter. Men hoeft het er niet nog eens dik bovenop te smeren. De founding father moet zich heel erg misdragen hebben om iedere erkenning voor zichtbaar groepsresultaat te blijven ontzegd worden.

En, tja, met dit slag brutale schrijfsels zal Onze Haro opnieuw weinig warmte en sympathie oogsten. Gevaarlijk, hoor, voor gevestigde orden, een blijvend vrije geest met een mening. Zoveel subjectiviteit en kwalijke taal, ook.

WH [of HW?]

______________________________________________________________________________

Een paar getuigenissen [die zich ontvouwen bij aanklikken].
Ze spreken hun eigen, naakte taal. Onder meer die van de rechten van de geschiedenis.

2023 – MISCOMMUNICATIE:
APOLOGIE VAN EEN KLEERKAST

2014 – INTERNE COMMUNICATIE:
AANBEVELINGEN VOOR INTERN BELEID

1998 – EXTERNE COMMUNICATIE: 
AFSCHEID IN EEN GLAZEN HUIS

1998 – INTERNE COMMUNICATIE:
ACHTERWAARTS VOORUITKIJKEN

1994 – ALGEMEEN EN UITERST SPECIFIEK WELZIJN:
OPEN BRIEF AAN MINISTER VOOR WELZIJN

1988 – 2000 – METHODE:
METHODE

1985 – POSITIEVE IDENTIFICATIE MEDEWERKERS:
PLEIDOOI PRO RESIDENTIE

[WORDT VERVOLGD]