DE HELAASHEID VAN ‘DE WERELD MORGEN’


Gedurende vijftien jaar heeft De Wereld Morgen een eigen plek aangehouden in het journalistieke tableau. Naast een redactionele inzet, liet het platform ook ruimte voor vrije bijdragen [wat modieus benoemd als ‘community’]. Deze conceptuele keuze is rijk aan gedachtengoed over onder meer elementaire democratische correctie op welke politieke of ideologische waan van de dag ook.
Veel maanden geleden kondigde de redactie een vernieuwde website aan. De operatie zou zo’n €30.000 kosten. Daartoe was een fondsenwerving vereist. Iedere burgerjournalist uit de ‘community’ kreeg de vraag om deze fondsenwerving te steunen door aan ieder artikel een – tekstueel wat immature – oproep toe te voegen. Graag gedaan.

Content versus niet content
Op vrijdag 8 augustus – strategisch midden vakantie-, festival- en komkommertijd neergepoot – kregen de burgerjournalisten volgend kort bericht in de digitale brievenbus [ondergetekende veroorloofde zich een paar subjectieve onderstrepingen]:
Beste Community,
In september lanceren wij een nieuwe website voor DeWereldMorgen. De nieuwe site wordt niet alleen visueel frisser, maar krijgt ook een scherpere redactionele focus. Dat betekent een herstart met een duidelijkere lijn in de content die we brengen.
Helaas betekent dit ook dat we de bestaande blogaccounts niet kunnen overzetten. We vinden dat jammer, want we weten hoeveel tijd en inzet er in die bijdragen is gestoken. We willen je dan ook van harte bedanken voor jouw engagement en bijdragen tot nu toe.
Je blogaccount blijft nog actief tot 31 augustus 2025. Tot die datum heb je de mogelijkheid om je artikels op te slaan of te archiveren. Na die datum gaat de oude website offline, waardoor de blogaccounts en bijbehorende content verdwijnen.
Hoe jammer we het ook vinden dat we de blogaccounts niet kunnen overzetten, is het voor ons ook een kans op een frisse start. Het helpt ons om de kwaliteit, samenhang en redactionele richting van het platform te versterken. Op de nieuwe site blijft er wél een (beperkte) ruimte bestaan voor blogs. Wie opnieuw wil bloggen, zal zich opnieuw kunnen aanmelden. Op de nieuwe website leggen we straks duidelijk uit hoe die selectie verloopt.
Nogmaals dank voor je bijdrage aan DeWereldMorgen.be. We hopen dat je ons blijft volgen – en misschien zelfs opnieuw komt bloggen in de nieuwe formule.
Met vriendelijke groet,
De redactie DWM

Dat was niet de afspraak. Het zou om een nieuwe website gaan. Naar vorm, was gesuggereerd. Niet naar inhoud. Op 1 september biedt deze kernploeg van dit ogenblik [generaties volgen elkaar op – soms na slaande deuren] haar lezers een heel nieuwe, okselfrisse DWM aan. Met een redactie die naar eigen norm en inzicht bepaalt wat kwaliteit is. Bevrijd van iedere stem die tegen de ‘redactionele lijn’ [what’s in a word?] ingaat. Tabula rasa. Het is wat despoten klein en groot of hun uitvoerende bezettingsmachten vandaag nu eenmaal doen. Met het woord ‘helaas’ als vernietigend bewijs van gemis aan spijtinzicht. ‘Helaas kunnen jullie hier niet blijven onder dezelfde voorwaarden als voorheen. Als jullie zich hier willen vestigen zal het onder onze frisse voorwaarden zijn.’
Vormde de collectieve niet-conformering dan niet een bindteken voor al wie bij DWM, als lezer en schrijver, intekende?

Geschreven blijft geschreven
Dat papier geduldig is, vormde ooit de troostprijs voor de miljoenen kleinburgers die zich geroepen weten om hun gedachten uit te schrijven. Wat gisteren niet begrepen werd kan binnen twintig jaar betekenis krijgen.
Die talloze loners hebben buiten de harde digitale realiteit gerekend. In casu zijn ze op 31 augustus 2025 met een paar toetsen op de centrale knop al hun voorzichtige schrijfoefeningen kwijt. Hoe jammer de betaalde redacteurs dit in hun brief ook vinden.
Ach, kwijt. Het zal een groot woord zijn. Die nieuwe of oude hippies zullen beslist een map hebben voorzien in hun oude personal computer. Voor familie, vrienden en nabestaanden.
Er is wel degelijk een verschil. DWM bood – misschien ongewild – een breder platform dan DWM. Via DWM kreeg iedere vrijwillige communitard een direct spoor naar Google en andere zoekmachines. Ook als de bijdrage te min was ingeschat door de bezoldigde équipe, vond ze op die manier toch soms dankbaar haar eigen weg. En kon ze op die manier heel misschien iets bijdragen tot meer rechtvaardigheid. Dit toegevoegde, brede sociale-mediaspoor loopt vanaf 1 september dood.
Staat het niet ieder vrij tegen flinke betaling een eigen blog te openen? Jazeker. Met een knullige eigen vormgeving. Voor vier lezers in klein Vlaanderen [de artsen-specialisten staat ongetwijfeld het zweet in de handen van die ene amateurblogger die het nodig acht over hun erelonen en vennootschappen te zeuren]. Niet langer gedragen door het bredere huis van vertrouwen dat DWM bood.
Een woestijn vol amechtige roepers.
Maak het de ganzen wijs dat een beetje webmaster in het land van willing geen manier kan vinden om artikels te bewaren. Wist men op 31 augustus ook alle redactionele artikels van het bord of genieten deze – om collegiaal bepaalde kwaliteitsredenen of urgentie – een hogere bescherming?
Misschien naast sommige andere van zijn/haar/x soort, ervaart deze communitard de pennenstreek van DWM als een uithuiszetting op last van de deurwaarder. ‘Op 31 augustus zetten we al je meubelen op straat.’ Helaas.
De DWM die activistisch opkomt voor alle medemensen die slachtoffer zijn van onrecht, beslist hier zelf om daklozen toe te voegen aan het al bestaande overtal.

De Wereld Gisteren
DWM ziet het steeds groter. Met diepte-interviews, reportages en filmpjes. Voor minder dan Chomsky komt men niet meer buiten. Prominente zieners onder elkaar. Het zou een mogelijke richting kunnen aanwijzen. De communitards [waarin ‘tard’ als ‘te laat’ of ‘achterhoede’] wierpen wel vaker lokaal pluimgewicht in de schaal. Niet centraal op te merken door wie de wereldzeeën bevaart. Wel betekenisvol in een gemeente of een stad. Daar vond de frictieve stelling of argumentatie wel vaker haar/zijn/x weg. Al of niet met effect. Dat maakte nu eenmaal wezenlijk deel uit van de aantrekkelijke modus vivendi die tussen de vrijwillige burgerjournalist en DWM was gevonden. Als letterlijk genoteerd in de basisbeginselen van DWM: de verantwoordelijkheid ligt bij de auteur.
Zo was het goed.
Met het pad van de zelfbepaalde volwassenwording zou de DWM wel eens pijlen in beide eigen voeten kunnen verschieten. Wie met de grote meisjes meewil, moet de grote meisjes kunnen volgen. Qua actualiteit, nieuwswaarde, snelheid, directheid.
Voor het eerst is het voor mij zoeken geweest naar de huidige brooddames van DWM. Volg het geld.
Tot nu leek het me een amalgaam aan goedwillende en betrouwbare [meermaals gesubsidieerde] middenvelders, NGO’s. De Raad van Bestuur van DWM? Buiten een paar geprononceerde namen, nobele geëngageerde onbekenden. Alle vertrouwen, want representatief voor gevestigde koepelorganisaties in de beste pluralistische traditie.
Hebben zij zich eensgezind achter de keuze geplaatst om de redactionele lijn ondemocratisch niet naast maar boven de vrije stem te plaatsen? Zo ja, wil ik er de notulen wel eens op nalezen.
Mijn leeftijd maakt dat ik nog de tijd mocht kennen waarin iedere krant een kleur vertegenwoordigde. De fulminerende Jos Van Eynde schreef politiek met de Wagneriaanse allure van Karel Van Wijnendaele voor de koers. Literatuur was dat. De kindlezer kon zichzelf in dit kleurrijke spektakel zelf een oordeel vormen. We mogen best verzet aantekenen tegen iedere contentleverancier die die oordeelsvorming met al te weinig toelichting vernauwt en dit zelf benoemt als objectief, kwalitatief, geldig, urgent.
‘De schrijfstijl of toon zint me niet.’ Het kan een synoniem voor uitsluiting vormen. DWM onwaardig.

Willi Huyghe – ancien combattant

IN ALLE MEDISCHE STATEN TEGEN DE STAAT [Preview]

Van oppositie en [vooral] meerderheidspartijen mag men eensgezinde redelijkheid – versus goedkoop scoren – verwachten als een minister manifest het algemeen belang en dat van alle patiënten dient.
Politieke moed mag men parlementair beloond krijgen.
Het gaat hier dan ook over gezondheidszorg en beheersbare financiën [van particulier tot natie].

Inzet van een Debat
De doorzichtige slogan ‘staatsgeneeskunde’ zou enkel de te verwachten kramp mogen zijn van de groep zorgverstrekkers die onze ooit sterk ethische geneeskunde [en aanverwante beroepen] van binnenuit uithollen. De Amerikaanse leest wenst men geen enkele Europeaan toe. Toch is dit in opgang. En daarmee de arts – tot en met sommige huisartsen, de laatste burcht – die zich eigen tarieven veroorlooft. Met geldgewin als verzwegen argument.
De deconventionering woekert. Net zo de zelfbepaling. […]

ZIE HOOFDING ‘OPINIE’ VOOR VERVOLG

NATIONAL ANTHEMS FOR PEACE [Preview]

Pour la traduction : voir en bas de cette page [google translate]
For translation: see bottom of this page [google translate]

Origineel: Nationale Hymnen voor Vrede
Zie: Hoofding OPINIE.

EERSTE KENNISGEVING:
Tijdens de zomer van 2024 mochten we even grootschalige als boeiende als uitstekend georganiseerde sportevenementen meemaken. Olympische Spelen, EK voetbal, Ronde Van Frankrijk. Daarbij rijkelijk vertoon van vlaggen en nationale hymnen. Enige traditie en enige geëmotioneerde nationale trots, op toon gezet door een in regel gezwollen klankbeeld van trage blaasinstrumenten, horen erbij en mogen erbij horen.
Het meervoudig verlichte Frankrijk was gastland voor de Olympische symboliek van internationale zuster- en broederschap tussen volkeren.
Door de zin ‘aux armes, citoyens’ met gescherpte aandacht te laten doordringen, opende ik een doos van Pandora in mezelf. Te vaak had ik neuriënd meegedreven op de herkenning van de melodie, zonder terdege na te gaan welke boodschap ik sinds lang met de woorden internaliseerde.
Zou het tot atleten op hun schavot als winnaar of op een voetbalplein doordringen dat ze bij het bezingen van hun land soms hun sportieve opponent naar het leven staan? Met de vlakke hand op het hart. Als deze topsporters het niet beseffen, wat dan met de massa aanwezigen in stadions en pleinen?
[…]

VOLLEDIG ARTIKEL: ZIE ONDER HOOFDING OPINIE.
Alle initiatief is welkom.
Alles op Alles voor de wereldvrede die we als Mensen verdienen. Recht én Plicht in één.

_____________________________________________________________________________________

English Version [Preview]

MARCH 2025 – NATIONAL ANTHEMS FOR PEACE

During the summer of 2024, we witnessed a number of sporting events that were as large-scale as they were fascinating and excellently organised. The Olympic Games, the European Football Championship, the Tour de France.
With a rich display of flags and national hymns. A fanfare of tradition and national pride to stir the emotions, set to music in a swollen soundscape of slow wind instruments. These are the expected ingredients, and they have their place.

France, with its rich tradition of enlightenment thinking, was the host country and the setting for the Olympic symbolism of international sisterhood and brotherhood. 

By allowing the sentence ‘aux armes, citoyens’ to penetrate my mind with sharpened awareness, I opened a Pandora’s box in myself. Too often I had hummed along on the recognition of the melody without properly considering what message I had thus internalised with the words.

Would it dawn on athletes on their scaffold as winners, or to players on a soccer field, that when they sing praises to their country, they may be expressing a desire to take out, i.e. kill, their sporting opponent? With the hand on their heart. If these top athletes don’t realize it, what about the masses of people in stadiums and squares?

THE NEGATIVE SIDE
An anachronism
I can live with a national anthem that is no longer of this time. It is the least of all nationalistic evils. I much prefer old-fashioned romanticism rather than modernist, smooth nonsense. Our Dutch neighbors and our own little Belgium have exhibited similar grandiloquence (Wiertz-worthy) in our bombastic lyrics.
One must wonder what meaning is still evoked by phrases such as ‘holy land of the fathers’ – ‘Our soul and our heart are devoted to you’ – ‘The blood of our veins [orig: ‘adren’] in young and old. And what about the solemn Wilhelmus of the Netherlands? ‘I am, of German blood, faithful to the fatherland until death. A Prince of Orange am I, quite fearless, I have always honored the King of Spain.’ – ‘My God, please preserve thy faithful servant, that they may not surprise me in their wicked courage, and wash their hands in my innocent blood.’ And so on and so forth. […]

FULL ARTICLE: SEE UNDER HEADING ‘OPINIE’
All initiatives are welcome.
All out for the world peace that we deserve as Humans. Right and Duty in one.

IN VREDE LEVEN EN STERVEN [Preview]

Zeventigers als wij krijgen voortdurend met verlies en afscheid van vertrouwden te maken. Het zou de gang van het menselijke bestaan zijn. We leren er mee verder leven.
De opeenvolgende begrafenissen die ons deel zijn hebben een overtal aan associaties gewekt, indirect en direct aan dit convent verbonden.
In deze te haastig geschreven en weinig geordende bijdrage, geef ik een paar bedenkingen hun vrije loop.

Mens
In de na- [of pre-] oorlogstijdspanne waarin onze jaren van jong naar al te snel veel ouder tikten, noteerden we doorheen onze tijd bij dit definitieve afscheid een toenemende veelkleurigheid. Ook de traditioneel christelijke begrafenis die mijn opvoeding me in mijn jeugd als vanzelfsprekend oplegde, kreeg ik gaandeweg ingeruild voor een minder strakke religieuze regie. Priesters die woorddiensten in hun kerk toelieten, boden de vrienden en familie ruimte om hun waardering voor hun overleden metgezel uit te spreken. In teksten waarin het tedere zoeken centraal stond en minder de bijbelreferentie.

Die – helaas misschien eenmalige – aandacht voor leven, inzicht, werk, betekenis van het overleden mensenkind, zinde mijn zestienjarige zelf bijzonder. De ontwikkeling van het bovenmenselijke naar het humane perspectief, liep parallel met wat ikzelf doormaakte. Het door het doopsel ‘van God’ terug ‘naar God’ bij het levenseinde vond ik een depersonaliserende vorm van recuperatie.

Ritueel
Om vroegkinderlijk bij agnostiek uit te komen en er voor mijn verdere bestaan betrekkelijke rust te vinden, moest ik doorheen een complex proces. Wie bij volle bewustzijn afstand neemt van gevestigde opvoedingswaarden, waaronder geloof, maakt scherven. Dit gevecht kon voor mij maar zin krijgen als het niet enkel om mezelf zou gaan. Voor egocentrisme wilde ik niet moederlijk in de wieg gelegd zijn.
[…]

[DIT ALS AANZET – HET VOLLEDIGE ARTIKEL VIND JE ONDER DE HOOFDING ‘OPINIE’]
Ook gepubliceerd in De Wereld Morgen.

SOS HUISARTSEN? [Preview]

Een Missie

Meer dan veertig jaar heb ik meegeleefd met een gedreven artsenpraktijk. Letterlijk in huis gehad.
Het zou enig recht van getuigenis kunnen geven. Onze lage drempel was een vrije keuze, met tot enige jaren geleden vast nog een open consultatie. Zonder afspraak, dus.
We behoren tot de fractie van onze voluntaristische generatie, die zich heeft afgezet tegen de pillen- en vijfminutengeneeskunde. Iedere patiënt kreeg alle ruimte die vereist was [wat zich vertaalde in langere wachttijden, die de patiënten vanuit een positieve invulling aan elkaar doorvertelden].
Dat de zorg voor de patiënten een behoorlijke impact gehad heeft op ons gezinsleven met opgroeiende dochter en zonen, is een eufemisme. Aan onafgebroken telefoon en aanbellen went men niet. Evenmin aan alle noodzakelijke (administratieve) opvolging bovenop de raadplegingen en huisbezoeken. We hebben dit wel nooit als een belasting ervaren. Het hoorde erbij. We zagen het als een voorspelbaar gevolg van een professionele levenskeuze, een passie, missie. Huisarts mogen zijn is een eer, een genoegen en een verrijking.

[VOLLEDIGE BIJDRAGE: ZIE HOOFDING ‘VRIJE MENINGEN’.
Eveneens gepubliceerd In De Wereld Morgen.

ONS KADASTRAAL BINNENKOMEN [Preview]

In perspectief
Wij, vijfenveertig jaar jonger, vonden nog betaalbare en afbetaalbare woningen. In meerdere opzichten een mooie tijd vol verwachting. Met ook energiecrisis, verplichte autoloze zondagen wegens wereldwijde energiecrisis, GESKO en DAC-statuten, maar laten we het bij de woningen houden. Onze dochter, zonen en hun leeftijdsgenoten verdienen vandaag op hun jonge leeftijd meerdere veelvouden van wij toen, maar moeten al hun financiële zeilen bijzetten om zich een eigen woning te kunnen aanschaffen. Bizarre vooruitgang is dat.
Om in onze wonderjaren van toen een woning te zoeken doorkruisten we de stad en noteerden de adressen van leegstaande woningen of gebouwen die er onderkomen uitzagen [waaronder ook een wijkschooltje, een vroegere pastoorswoning, het vroegere bureel van een gemeentelijke administratie]. Met die adressen brachten we een vriendenbezoek aan de diensten van het kadaster. Een sacrale plek, waar we bibliotheekgewijs en met hulp van een bedreven ambtenaar in middeleeuwse registers van groot formaat de eigenaar van de genoteerde panden of gronden konden terugvinden. Daarna konden we met haar of hem in overleg gaan en een evenwichtige overeenkomst onderhandelen. Eenvoudig en correct.
Op die manier wonen we nu nog in het huis dat we toen kochten.

Wie zoekt vindt niet
In overeenstemming met onze gezegende leeftijd in de tegenwoordige tijd zochten we vorig jaar bedachtzaam een plek waar we samen nog ouder kunnen worden dan we al zijn. Op die manier zouden we meteen tegemoetkomen aan de uitgeschreeuwde woningnood in alle steden en plaats maken voor jonge gezinnen met kinderen.
Een eerste exploratie van de mogelijkheden die de ‘woonmarkt’ ons bood leerde dat we beter gewoon thuisbleven.
De prijzen voor nieuwbouw zijn belachelijk hoog. Bizarre vooruitgang, opnieuw.

Een paar ontsierende panden met jarenlange leegstand of verwaarlozing intrigeerden ons, vervolgens. Waarom geen renovatie overwegen?
En dus: het kadaster. Online, vandaag. Nog zo gemakkelijk. Vanuit wat men halfgaar de luie zetel noemt.

Toegankelijke informatie
Op basis van de genoteerde adressen leverde de zoekfunctie van de kadastrale website me indrukwekkende bovenzichten van woningen, tuinen, straten. Vervolgens was ik één stap verwijderd van een kennismaking met de eigenaar. Dacht ik.
De wet op de privacy was in deze context niet bij me opgekomen.

[VERVOLG: ZIE ‘VRIJE MENINGEN]

MISSEN WIJ – BIB – IETS? [Preview]

CD EN DVD ALS ERFGOED

Ethiek en zin voor verhouding mogen ons nooit vreemd worden. Alle verdwaasde moord en doodslag in de wereld waarin we vandaag te leven hebben, maken dat de stoelwisselingen bij VLD of de voorspelbare lijsttrekkers bij de voormalige SP onze koude kleren niet raken. De trieste macht van de inner circle, ver weg van het algemeen belang. Zolang weinigen zich zorgen blijven maken over de opgetelde schulden van onze natie en haar deelstaten, trekken we misschien onze wenkbrauwen nog op voor de schaduw van het stikstofdecreet. ‘Het is nu echt niet moeilijk om het kleine te relativeren’ schreef een vriend pertinent.

Diep van dit bewustzijn doordrongen, laat ik me in deze bijdrage in met – eh – de openbare bibliotheek. Omdat dit marginale belang, deel van een volkscultuur, al een respectabele tijd stof vergaart in mijn schuif en ik het kwijt wil voor mijn vergeten me inhaalt.
Niet meer dan een voetnoot. Eventueel een memo voor een eventuele komkommertijd.

Kinderlijke verwondering
Sinds geruime tijd kijkt deze zeventiger in iedere gemeente en stad aan tegen een ‘BIB’. Zijn ogen willen niet meer wennen aan de ontwaarding van zijn taal. Straks moet de bibliothecaris zichzelf Bibber noemen. Tot daar. We kijken tegen veel ergere kwesties aan.
Mijn regelmatige bezoeken aan de Gentse Krook zijn onder meer het gevolg van de val van het Romeinse videothekenrijk. Zelf ruim van boeken, CD’s en vinyl voorzien, zocht ik er in de eerste plaats deugdelijke films.
De uitgebreide CD-collectie in de mediatheek was mooi meegenomen. Met DVD en CD binnen handbereik kreeg ik een rijkdom aan exploratiemogelijkheid aangeboden. Wel was het voor deze goede huisvader even wennen.

[…] Voor de volledige bijdrage: zie: VRIJE MENINGEN.

DE DODE HOEK VAN DE JEUGDHULP [Preview]

De straks zeventigjarige auteur van deze bijdrage mag zich een veteraan noemen in de residentiële begeleiding van ernstig getraumatiseerde jongeren.
Ooit was ikzelf een lastige puber van liefhebbende, hardwerkende middenklasse-ouders. Mijn donquichotteske exploratie deed me professioneel landen bij het sociale werkveld. ‘Extreem moeilijk opvoedbare jongeren’ had ik in een brochure gelezen. Voor minder uitdaging deed ik het niet. Soort zocht soort.
Wist ik veel waarmee ik vanaf mijn eerste werkweek te maken zou krijgen. ‘Heb jij dan nooit gestolen?’ treiterde een jongen me met zijn zakken vol snoep die hij uit een winkel gejat had. Ik moest nadenken. ‘Neen’ kon ik haast beschaamd toegeven. Het moeilijkste moest nog komen: hem de winkel terug binnen sturen, hem laten bekennen, het snoepgoed laten teruggeven en zich verontschuldigen. De jongen, zestien en breedgeschouderd. Twaalf eensgezinde bendeleden van hetzelfde slag. Ik, een eenentwintigjarige scout.
Wie een paar jaar geleden beweerde dat het begeleiden van jongeren steeds lastiger werd, klasseerde ik onder onwetend. Behoorlijk confronterend was dat, zo’n leefgroep met dertig [jawel] in één lokaal van kale muren met één televisie en twee slaapzalen. Vlaams- en Franstalig. Dreigen, liegen, stelen, op de vuist gaan, beschadigen, tieren, intriges, intimidatie, bendevorming, ontsnappen, naar een schaar grijpen, de wet van de sterkste, met eten gooien. Meest indringend: de voortdurende agressie, manifest en latent. Altijd kon in een uithoek van de leefgroep een brand uitslaan. Hoe overleven? Hoe ermee omgaan? Hoe zou mijn moraliteit hier uitkomen?
Mijn kracht: ik was geen opgever. Mijn steun: die zogeheten delinquenten hadden mijn gemoed gestolen.
Ze lieten me lachen, verbaasden me, zorgden ervoor dat ik hen te slim af was. De uitdaging die ik gezocht had. Ze brachten me relativerende bescheidenheid bij, bevrijdden me van mijn middenklasse-hoogmoed, mijn ‘weten’, mijn klaarstaand oordeel. Daardoor kreeg ik toegang tot hun defensieve burcht.
Naarmate mijn professionele tijd vorderde zocht ik steeds gerichter de gevarenzone op. De jongeren die men als restgroep gedumpt had. De allermoeilijksten. Een waslijst ‘feiten’, twaalf keer wegens ‘onhandelbaar’ de deur gewezen, vijf scholen gepasseerd, tientallen ‘laatste kansen’, de jeugdrechter, bedreiging of diefstal met geweld, Beernem of Mol, chronisch spijbelen, werk kwijt na twee weken. Een allegaartje, bij wie oorzaak en gevolg op elkaar kleefden. Een dossier als een telefoonboek. Verslagen waarin specialisten inzichten noteerden die nauwgezet tegenstrijdig waren. Was het, ook verstandelijk, niet willen of niet kunnen? ‘Kinderen die Haten’ noemden Redl en Wineman hen bijzonder treffend. Lang geleden.
De dode hoek van de Bijzondere Jeugdzorg werd in onze leefgroep haarscherp duidelijk. De [jeugd]politie, de kinderpsychiatrie, de centra voor geestelijke gezondheid, de diensten voor personen met een beperking en de sociale scholen tastten in het duister. De overheid wist van toeten. Eens ‘geplaatst’ was het aan ons.
Onze voorziening was sectoraal negatief gesitueerd als ‘criteria- en drempelloos’. Een vuilnisbak. Met de opvoederséquipe beslisten we om van die laagste drempel onze sterke kant te maken. ‘Laat maar komen’ propageerden we. Vandaag zou men deze opstelling ‘onvoorwaardelijke acceptatie van de hulpvrager en haar of zijn hulpvraag’ noemen, maar wie door de jeugdrechter geplaatst werd, was geen hulpvrager en niet van onze hulp gediend. Hun nood was des te urgenter. Later kon ‘blijf met uw poten van mijn lijf’ doorgaan voor een ‘niet-geëxpliciteerde hulpvraag.’ Kijk eens aan.

Nestwarmte
De verslagen die we lazen beschreven hun zieke of afwezige thuissituatie. Wat de jongere in de leefgroep uitleefde was resultante, product, reproductie. Ieder van hen had een nest. Desnoods ingebeeld. Om hun voortdurende woede-op-alles te begrijpen, moest ik dichter bij bronnen komen. Mijn eerste bron was ikzelf. Nagaan welk wangedrag ikzelf zou stellen als men mij existentieel aan mijn lot zou overgelaten hebben.
Die inleving hielp.
[…]

[Dit is enkel een kennisgeving. De volledige bijdrage vind je onder de hoofding ‘Vrije Meningen’ – Het artikel is eveneens gepubliceerd bij De Wereld Morgen: https://www.dewereldmorgen.be/de-dode-hoek-van-de-jeugdzorg.

GRAVEN VAN VLAANDEREN IN GENT [Preview]

PREVIEW [voor volledige bijdrage: zie ‘VRIJE MENINGEN’]

Als burger telkens weer energie opwekken voor op voorhand verloren campagnes, telkens weer achter de feiten aanlopen. Een mens maakt er zich belachelijk mee, niet hopeloos. Ik scoor hoog voor die status in mijn euvele pogingen om onze beleidswerkers – al was het maar eventjes – een verboden pedagogische tik uit te delen. Had ik nu echt gedacht dat Vooruit, na al het geld dat daarin gestoken is en ook de pers het vlot in de pen neemt, nu plots opnieuw SP zou heten omdat ik dat vind? Wees gerust: niet echt.
Eens verkozen en van een stemveilige coalitie verzekerd, rijdt de trein van de bestuurders immers op eigen sporen. Wie houdt hen tegen? De oppositie? Wie wat waar oppositie? Hoeveel zitjes tellen die als het op stemmen aankomst? Resten nog die paar eeuwige klagers als ik die in hun achterhaald middeleeuwse gedachtegoed blijven neuzelen. Die moet men negeren, gewoon in eigen nat wegzetten, als het kan ridiculariseren. Mijn taal neemt onvoldoende afstand, leest niet voldoende academisch en schrijft allerminst met de positieve saus die de heersende mode me oplegt. Zo slaag ik er bijvoorbeeld maar niet in fantastische woorden te vinden voor de onder ieders ogen toenemende armoede. Wie weet zijn die eeuwige klagers representatief voor de scheefgroei tussen burgers en politiek bedrijf. Dit enkel voor positieve overweging.

Positief Bouwsel
Acht weken krijgen we dus om op amateuristische basis een helder alternatief te bedenken voor het bouwsel naast het Gravensteen. Neen, correctie. ‘Politiek’ staat het bouwsel zelf niet meer ter discussie, wel krijgen we nog ruimte om alternatieven te suggereren om het Gravensteen meer toegankelijk te maken. Acht volle weken. Deze ‘opening’ krijgen we inhoudelijk geparkeerd onder ‘burgerparticipatie’. Dat is durven. Wie als burger een beetje met het politieke raderwerk vertrouwd is, gelooft er geen snars van. Niet lang geleden hadden we in die stijl al het onwerkbare Burgerkabinet voor het circulatieplan dat ondertussen voorspelbaar dood en begraven is. Liever Stalin dan het dubbeltongige bedrog van de schijndemocratie en de schijnparticipatie. Machtsbestendigende, legitimerende inspraak beweegt zich tussen ergerlijk en kwaadaardig. Ze beschaamt onze democratie. 
De Gentse – overheen alle kleuren en gezindheden eensgezinde – coalitie heeft zichzelf en de toeristen het bouwsel cadeau gedaan. Daarmee is eigenlijk alles gezegd. ‘We gaan daar toch niet meer op terugkomen? We moeten Vooruit.’

Bronnenmateriaal
Misschien voor de goede orde toch maar beter terug naar de bron en naar de Gentse bewoners. Hoe, waar en waarom is dit nare plan tot stand gekomen? Welke plaats had dit in het bestuursakkoord? 

[…]

Willi Huyghe – Eveneens gepubliceerd bij De Wereld Morgen.

BLOG: TE VOLGEN?

Wat een woord, ook, ‘volgen’. Haast religieus. Of [soms erger] politiek.

Helemaal onderaan deze frontpagina, amper te zien, kan je toch jouw aangeboren of verworven  nieuwsgierigheid in deze OuweZeur-blog materieel bevestigen. Zo krijg je af en toe een herinnering dat deze site bestaat.
Het icoontje aanklikken en de instructies, welaan dan, volgen.

Op die manier kan zich het eerste groepje niet-volgers van een blog vestigen.